De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft zich scherp uitgelaten over de Wet kansspelen op afstand, beter bekend als Wet Koa, omdat het Rijk fors profiteert van de inkomsten uit de legale online gokmarkt – inclusief online casino's – terwijl gemeenten stucken met de maatschappelijke lasten zoals schuldhulpverlening en verslavingszorg; deze positie kwam recent naar voren in een artikel in het vakblad Binnenlands Bestuur, waar de VNG pleit voor strengere beperkingen in de sector en meer zeggenschap op lokaal niveau over preventiemaatregelen, denk aan bewustwordingsprogramma's op scholen.
Wat opvalt is hoe de VNG de balans tussen baten en kosten scheef trekt, met het argument dat de opbrengsten vooral naar Den Haag vloeien, en de problemen – zoals gokverslaving en schulden – lokaal moeten worden opgelost; experts binnen de vereniging benadrukken dat deze verdeling niet langer houdbaar is, zeker nu de online gokmarkt sinds de invoering van de Wet Koa in 2021 gestaag groeit.
En dat is niet alles: de oproep klinkt luider voor aanpassingen die gemeenten meer grip geven op preventie, zodat ze niet alleen dweilen met de kraan open terwijl het Rijk kas vult met kansspelbelasting.
De Wet Koa trad in werking op 1 april 2021 en reguleert online kansspelen zoals casinospellen, sportweddenschappen en poker via internet, met als doel een gecontroleerde markt te creëren onder toezicht van de Kansspelautoriteit (KSA); licentiehouders betalen belasting over hun brutowinst, wat in 2023 al ruim 400 miljoen euro opleverde voor de schatkist, terwijl gemeenten afhankelijk zijn van lokale belastingen en subsidies om verslavingshulp te financieren.
Maar hier knelt het schoentje volgens de VNG: hoewel de wet preventie verplicht – denk aan Cruks, het centrale register voor uitsluiting, en een speellimiet van 18 jaar – landen de kosten van nazorg en schuldhulp vooral bij de gemeenten, die jaarlijks miljoenen uitgeven aan verslavingszorg zonder directe compensatie van de rijksoverheid.
Een studie uit 2023 over de maatschappelijke impact van kansspelen onderstreept dit patroon, waar baten voor de staat worden afgewogen tegen lokale kosten; figuren tonen aan dat gemeenten in 2022 al meer dan 100 miljoen euro uitgaven aan gerelateerde zorg, een bedrag dat blijft stijgen naarmate de markt uitbreidt.
Het Rijk haalt via de kansspelbelasting een stevig bedrag binnen – in het eerste volledige jaar na legalisering tikte dat af op 287 miljoen euro, en voor 2024 worden hogere cijfers verwacht door groeiende populariteit van online casino's; deze inkomsten stromen rechtstreeks naar de algemene middelen, zonder specifieke oormerking voor verslavingsbestrijding.
Gemeenten daarentegen zien de factuur oplopen voor debt counseling en addiction care, diensten die lokaal worden aangeboden via GGD's en schuldhulpverleners; take een middelgrote stad als Rotterdam, waar het aantal gokgerelateerde schulden in 2023 met 15 procent steeg, en de gemeente nu extra budget moet vrijmaken omdat de landelijke potten ontoereikend blijken.
Dat said, de VNG wijst erop dat deze scheve verdeling niet alleen oneerlijk voelt, maar ook inefficiënt werkt, omdat lokale overheden beter weten waar de knelpunten liggen en sneller preventie kunnen inzetten, zoals campagnes in buurten met hoge risicogroepen.
Verslavingszorg kost gemeenten handenvol geld, met schattingen dat één op de vijf cliënten bij schuldhulpverleners gokschulden meedraagt; in 2023 registreerde de KSA meer dan 50.000 actieve uitsluitingen in Cruks, een teken dat problemen escaleren, en veel van die gevallen belanden uiteindelijk bij gemeentelijke loketten voor hulp.
En dan heb je nog de indirecte kosten, zoals hogere uitkeringen en zorgtrajecten voor families die getroffen worden; observers noteren dat gemeenten in de Randstad disproportioneel hard geraakt worden, omdat daar de online gokmarkt het meest penetreert onder jongvolwassenen en lage-inkomensgroepen.
De VNG hamert erop dat zonder aanpassing van de Wet Koa deze trend aanhoudt, zeker met de verwachte piek rond maart 2026, wanneer evaluaties van de wet nieuwe inzichten moeten opleveren over effectiviteit van preventie – maar voorlopig blijft de druk op lokale begrotingen hoog.
In het Binnenlands Bestuur-artikel pleit de VNG voor concrete stappen, zoals lagere stortingslimieten per maand, strengere reclamebeperkingen en – cruciaal – meer autonomie voor gemeenten bij schoolprogramma's over gokrisico's; momenteel bepalen licentiehouders veel zelf, onder KSA-toezicht, maar lokaal maatwerk zou effectiever zijn, menen zij.
Nu komt het erop aan: de bal ligt bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, dat eerder beloofde de wet te evalueren, en de VNG hoopt dat deze kritiek doorsijpelt in aanpassingen voor 2026; voorbeelden uit andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk met zijn stake-limieten, dienen als blauwdruk voor wat haalbaar is.
Wat significant is, blijkt uit reacties van burgemeesters: velen steunen de VNG-lijn, omdat ze dagelijks de menselijke tol zien van online gokken, van faillissementen tot familiebreuken.
Deze kritiek past in een groter debat over de Wet Koa, die al sinds de start discussie oproept over balans tussen regulering en marktgroei; de KSA rapporteert een verdubbeling van licenties sinds 2021, met nu 23 aanbieders actief, maar meldt ook stijgende zorgmeldingen – een patroon dat de VNG aangrijpt om te pleiten voor herverdeling van inkomsten.
Turns out dat gemeenten al langer lobbyen voor een deel van de kansspelbelasting, vergelijkbaar met opbrengsten uit speelautomatenhallen, die lokaal worden verdeeld; zonder verandering dreigt een vicieuze cirkel, waarbij groei van de markt lokale budgetten verder opslokt.
En in maart 2026 speelt een sleutelrol, met de geplande tussentijdse evaluatie van de wet, waar data over kosten en baten centraal staan; de VNG positioneert zich nu al om invloed uit te oefenen, gesteund door feiten uit lopende monitoringsrapporten.
De brancheorganisatie branchevereniging NOGA distantieert zich van de VNG-kritiek en wijst op eigen investeringen in preventie, zoals 10 miljoen euro per jaar voor campagnes, maar erkent dat samenwerking met gemeenten cruciaal is; politiek gezien reageert het CDA positief op de oproep, met Kamervragen over compensatiefondsen.
Toch blijft de kern hetzelfde: zonder structurele oplossing, zoals een lokaal preventiefonds gevoed door belastingopbrengsten, escaleert de kloof; mensen die dit volgen, zien parallellen met eerdere discussies over alcohol en tabak, waar kostenverdeling uiteindelijk werd aangepast.
De VNG-kritiek op de Wet Koa legt een fundamenteel probleem bloot in de Nederlandse gokregulering, waarbij het Rijk de vruchten plukt van online casino's en gemeenten de rommel opruimen via schuldhulp en verslavingszorg; met de evaluatie in maart 2026 op komst, groeit de druk voor verandering, inclusief strengere limieten en lokale zeggenschap over prevent