casinoonlinenieuws.nl

20 Jul 2026

Hoge Raad Verheldert Status van Pre-2021 Gokovereenkomsten met Malta-Licenties

De Hoge Raad in Den Haag tijdens behandeling van vragen over gokcontracten en civiel recht

De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan over de geldigheid van gokovereenkomsten die spelers vóór oktober 2021 sloten met operators die een Malta-licentie bezaten, en die beslissing raakt direct de manier waarop lagere rechters dergelijke zaken voortaan moeten beoordelen. Volgens de uitspraak zijn die contracten niet automatisch nietig onder artikel 3:40 van het Burgerlijk Wetboek, waardoor spelers geen automatische terugvordering van verliezen kunnen eisen enkel op basis van de afwezigheid van een Nederlandse vergunning destijds.

De zaak ontstond nadat de Rechtbank Amsterdam en de Rechtbank Noord-Holland prejudiciële vragen stelden over twee concrete geschillen waarbij spelers aanzienlijke bedragen verloren op platforms zoals PokerStars en PartyCasino; beide operators werkten destijds onder Malta-licenties en vielen buiten het toenmalige Nederlandse toezichtkader. De Hoge Raad oordeelde dat de illegale aanbieding op zichzelf de overeenkomst niet per definitie ongeldig maakt, en dat rechters per geval moeten toetsen of er sprake is van strijd met de goede zeden of openbare orde voordat zij tot nietigheid kunnen concluderen.

Achtergrond van de Reguleringswijziging in 2021

Op 1 oktober 2021 ging de Wet Kansspelen op Afstand van kracht, waardoor online kansspelen onder strikt Nederlands toezicht kwamen te staan en operators een Nederlandse vergunning nodig hadden om legaal actief te mogen zijn; vóór die datum vielen Malta-gelicentieerde sites buiten dat systeem en richtten zij zich op Nederlandse spelers zonder lokale licentie. Die overgang creëerde onduidelijkheid over de civielrechtelijke gevolgen van eerdere contracten, omdat spelers nu probeerden om verliezen terug te eisen met het argument dat de overeenkomsten nietig waren wegens strijd met de wet. De Hoge Raad heeft die lijn nu verworpen en benadrukt dat nietigheid niet automatisch volgt uit de afwezigheid van een Nederlandse vergunning.

De Prejudiciële Vragen en de Twee Concrete Zaken

In de twee voorliggende zaken hadden spelers grote bedragen verloren op PokerStars en PartyCasino voordat de nieuwe wet van kracht werd, en zij vorderden terugbetaling met een beroep op artikel 3:40 BW; de lagere rechters twijfelden of die vorderingen konden slagen zonder nadere toetsing van de omstandigheden. De Hoge Raad heeft nu duidelijk gemaakt dat rechters eerst moeten vaststellen of de overeenkomst daadwerkelijk in strijd is met de goede zeden of de openbare orde, en dat de enkele omstandigheid dat de operator geen Nederlandse vergunning had, daarvoor onvoldoende is. Die benadering dwingt lagere instanties tot een meer genuanceerde beoordeling per individueel geval.

Illustratie van online pokersessies en casinospellen die onderwerp zijn van civiele procedures in Nederland

De uitspraak verwijst expliciet naar de tekst van de Wet op de Kansspelen en de interpretatie daarvan in samenhang met het Burgerlijk Wetboek, en benadrukt dat de wetgever met de invoering van de reguliere markt geen terugwerkende kracht heeft beoogd die alle eerdere contracten automatisch ongeldig zou maken. Rechters die nu soortgelijke vorderingen behandelen, moeten daarom kijken naar de specifieke feiten, waaronder de mate waarin de speler op de hoogte was van de status van de operator en de aard van de gespeelde spellen.

Gevolgen voor Lopende Procedures en Toekomstige Zaken

Door deze beslissing van de Hoge Raad kunnen spelers die verliezen leden vóór oktober 2021 niet langer automatisch rekenen op terugbetaling enkel omdat de operator een Malta-licentie had; in plaats daarvan moeten zij aantonen dat er bijkomende omstandigheden zijn die de overeenkomst nietig maken. Lagere rechters zullen daarom in nieuwe procedures een diepgaandere feitelijke toetsing uitvoeren, wat leidt tot langere procedures en een hogere bewijslast voor eisers. In juli 2026 blijft deze lijn relevant voor alle nog lopende zaken die zien op pre-2021 activiteiten, omdat de Hoge Raad geen ruimte heeft gelaten voor een generieke nietigheidsverklaring.

De uitspraak is ook van belang voor de Kansspelautoriteit, die toezicht houdt op de naleving van de wet, omdat de civielrechtelijke consequenties nu duidelijker zijn en operators met Malta-licenties niet automatisch blootstaan aan massale terugvorderingen. Toch blijft het mogelijk dat individuele spelers succes boeken wanneer zij kunnen aantonen dat er sprake was van misleiding of andere omstandigheden die de overeenkomst in strijd brengen met de goede zeden.

Conclusie

De Hoge Raad heeft met deze uitspraak een helder kader geschapen voor de beoordeling van pre-2021 gokovereenkomsten met Malta-gelicentieerde operators, en heeft daarmee de weg vrijgemaakt voor een meer individuele en feitelijke toetsing door lagere rechters. Spelers die verliezen willen terugvorderen, moeten voortaan aantonen dat er meer aan de hand is dan de afwezigheid van een Nederlandse vergunning, terwijl rechters per zaak de omstandigheden zullen wegen. De beslissing sluit aan bij de eerdere prejudiciële vragen van de Rechtbank Amsterdam en de Rechtbank Noord-Holland en biedt daarmee een duidelijke richtlijn voor alle toekomstige procedures die zien op die periode. Ruling on validity of pre-2021 online gambling contracts under Article 3:40 of the Dutch Civil Code and the Games of Chance Act vormt daarbij de kernreferentie voor verdere interpretatie.